Zesde zondag van Pasen: nieuwe vormen van nabijheid

Nabij zijn tot voor kort

Goede vrienden, we maken wel vreemde tijden mee. Als we het goed meenden met mekaar, gaven we mekaar een hand. We omhelsden elkaar als we ons wat dichterbij voelden. Als we wilden dat het gezellig werd, zongen we van “Schuif maar dichter, dichter, dichterbij.” Een klopje op de schouder, moesten we toch doen om mekaar aan te moedigen. En omgekeerd, iemand die het niet zag zitten met ons, hield zich ‘afstandelijk’.

Nabij zijn nu

Wat is die wereld veranderd! Als we het goed menen met elkaar ‘houden we afstand’. Kinderen die zelfstandig wonen, kunnen zelfs hun ouders niet meer in het echt zien. En ja, met je grootouders moet je zeker voorzichtig zijn en op afstand blijven. Stilaan probeert de nieuwe code ons duidelijk te maken dat het vriendelijk gezicht van de ander, drager kan zijn van een virus dat iemand kan doden, ook al meent hij het nog zo goed. Ja, we moeten zelfs wantrouwig zijn tegenover onszelf. We kunnen een ander veel schade aanrichten zonder dat we het zelf beseffen. Moeten we zelfs bang zijn van onszelf? We voelen ons ergens onzeker. Bedreigt eenzaamheid ons?

Echte veiligheid is te beseffen dat God houdt van ons

In die situatie is het misschien goed dat we iets echt tot ons laten doordringen, dat we tot ons laten doordringen hoe God van ons houdt, dat we echt geliefd zijn door hem. En dat hij ons zoveel goede mensen gegeven heeft. In alle vreemde omstandigheden is dit de werkelijkheid: God houdt van ons. Hij heeft iets van zichzelf in ons gelegd en dat is sterker dan wat dan ook. Als we dit tot ons laten doordringen, kunnen we blij zijn, kunnen we wezenlijk blij zijn. We hoeven niet bang en verlamd te zijn. We moeten wel voorzichtig zijn maar dat is iets anders. We krijgen de kracht om vanuit een vernieuwd aanvoelen ons zelf te beleven en naar anderen te gaan. We krijgen ruimte in onszelf om nog zorgend tegenover mekaar te staan. We vinden wel wegen om echt aandacht te hebben voor hoe de ander zijn situatie beleeft.

Regels zijn er maar om hun doel

Regels zijn geen doel op zich. Regels zijn slechts een middel om een doel te bereiken. En in de huidige omstandigheden is dat doel: voorkomen dat we een ander besmetten of dat je zelf besmet geraakt. Binnen die grenzen kunnen we aan de ander laten merken dat we om hem geven, dat we aandacht hebben voor hem of haar. Op internaat destijds waar veel volgens regels verliep, zei een leraar: “Ge leeft niet van wat je niet mag maar alleen van wat je wel mag!” Bij regels, ook deze waar Jezus over spreekt in het evangelie van deze zondag, is het doel het belangrijkste (Joh. 14, 15-21).


Sim Moors, namens de Liturgische Ploeg
Reactie: sim.moors@yahoo.com

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *