Romaanse toren Sint-Pieterskerk Pellenberg

De dateringen voor deze toren, het oudste en meest interessante gedeelte van deze kerk, lopen uiteen. Hij wordt soms in de 12de eeuw gedateerd, anderen dateren hem rond 1200 of rond 1225 en nog anderen in de periode 1225-1250 of 13de eeuw. 

Sint-Pieterskerk ca 1225

De toren was vroeger een verdieping lager dan nu. Door de verhoging achteraf is het nu de slankste romaanse toren van Brabant. De gevelbreedte is 3,80 m breed, terwijl een doorsnee toren toch meestal 7 à 8 m breed is. 

De toren bezit een aantal interessante details:

- De toren heeft geen ingang aan de westzijde en vertoont geen hoeksteunen en geen versiering.  Zo verschijnt hij als een typische toren van de Maaslandse romaanse groep. De toren stond oorspronkelijk ook vrij tegen de kerk aan. De huidige kleine bijgebouwen waarin de toren nu ingebouwd is, dateren uit de 19de eeuw.
- Een kleurenwisseling van witte en bruine steen, speklagen genoemd,  komt aan de buitenzijde van de torenromp voor tot op een hoogte van ca. 10 m.

Spaanse dakpannen

- De onderste twee meter van de torenmuren is duidelijk met oudere, ruwer gekapte ijzerzandsteen en witte kalkzand­steen opgebouwd in vergelijking met de hogere delen, waar de stenen minder ruw en regelmatiger gekapt zijn. Toen de binnenbezetting van de toren ca. 1980 werd blootgekapt, kwamen op de scheidingslijn tussen de onder- en bovenbouw horizontale rijen schuin tegen elkaar opgemetselde Romeinse pannen tevoorschijn.
Deze onderste zone van de toren kan dus ofwel ouder zijn dan het hogere gedeelte, en een nog bestaand stuk van een vroegere oudere toren uitmaken, ofwel opgetrokken zijn met bouwmateriaal van de oudere, toen afgebroken kerk.
- Zeldzaam is ook het kleine ronde rozasje vooraan in de westmuur van de toren dat in het Leuvense verschijnt rond 1220.  Een afwisseling van bruin en wit doet aan zonnestralen denken. Deze rozas was vroeger zichtbaar van in de kerk en diende als enige verlichting voor het gelijkvloers van de toren.
- Iets hoger vinden we smalle lichtspleten die naar binnen toe uitlopen op een rondboog. Deze spleten hadden vroeger waarschijnlijk een defensieve bedoeling, namelijk schietgaten. Boven zo één  schietgat zijn er stenen in een visgraatverband of aarverband  aangebracht.
- Tussen de tweede en de derde geleding van de toren zijn hoog in de zuidermuur (buitenzijde) drie kleine stenen te zien. De middelste is in ijzerzandsteen, de buitenste twee in witte steen.  Ze steken uit en zijn verweerd. Toch zijn er met wat goede wil gezichten in te zien.  In de middelste steen is duidelijk een ruw gehouwen mensenhoofd te herkennen.

Op 3 oktober 1914 werd door een Duits kanon de torenspits en het grootste gedeelte van de galmgatverdieping van de kerk geschoten. Boven de huidige galmgaten zien we een witstenen daklijst en daarboven verhief zich vroeger de lage spits. 

Tekst en foto's: Heemkundige Kring Libbeke vzw